Verslag flitsonderzoek onder bezoekers en deelnemers van een NZN zadenmarkt

Op 11 maart organiseerde het Noordelijk Zadennetwerk (NZN) voor het derde jaar een zadenmarkt met een aantal workshops. Dit jaar was de markt in Valthermond en trok een kleine 400 bezoekers. Op de markt stonden kramen met zaden en plantgoed, producten uit de tuin, voorlichting over vrijwilligersinitiatieven, boeken en meer. De dag stond in het thema van ‘de toekomst van voedsel’ en sloot af met een forumgesprek rond dat thema. Het NZN is nieuwsgierig naar hoe dit thema leeft onder een breder publiek. Waar dromen mensen van? Wat voor toekomst van voedsel zien bezoekers en deelnemers voor zich? Hoe komen we daar, wat is daar voor nodig? Dit artikel is een verslag van een flitsonderzoek onder bezoekers en deelnemers van de markt naar hoe zij de toekomst van voedsel zien.

De droom

IMG_1754Een droom, een ideaal bleek vaak het richtsnoer te zijn om naar te handelen. Voor consumenten ligt daarbij de nadruk op lokaal voedsel en zelfvoorzienend leven. Mensen letten erop of hun aankoop past bij die wensen: groeit een plant hier goed, is het werkelijk eetbaar en lekker? Veel aandacht was er ook voor dieren in de tuin. Meerdere mensen zochten zaadgoed dat op meerdere gebieden van waarde is. Ze wilden planten die zowel nuttig zijn voor henzelf, als voedsel of voor de bloemen en die daarnaast ook goed zijn voor bijen, rupsen en vlinders (waardplanten).

Gedurende de dag liep een wensfee over de markt. Zij stimuleerde met name kinderen om hun droom voor de toekomst van voedsel op te schrijven en in een wensboom te hangen. Ook hier was een groot bewustzijn op lokaal voedsel, zelfvoorzienend leven en zelf voedsel verbouwen. Voor volwassenen stond groente verbouwen centraal. Kinderen gingen een stapje verder. Zij noemden ook “Ieder eigen varken”, “Eigen kaas”, “Zoveel mogelijk eigen opbrengst: groente, eieren” en zochten het buiten de tuin: “Beetje uit de tuin & beetje uit het bos: bosbessen”. Voor één kind is een ongebruikelijke groente blijkbaar een lekkernij: “Meer brandnetels uit de tuin”.

Bij professionele op tuinders en landbouwers was zelfvoorzienend zijn ook een belangrijk thema. Ditmaal op bedrijfsniveau, zoals het verbouwen van veevoer voor het eigen vee. Een paar mensen uitten een diepgaand besef van dat een gezonde of duurzame voedselproductie alleen kan bestaan als het hele systeem daar in betrokken wordt. Het is alleen mogelijk om op een gezonde manier voedsel te verbouwen als dat proces ook gezond is voor de aarde en niet alleen voor mensen. Samenwerken met en vertrouwen op de natuur speelt daar een rol in.

De praktijk

De spanning tussen ideaal en praktijk was een terugkerend thema deze dag. De droom geeft richting, maar in de praktijk zijn pragmatische keuzes nodig. Een tuin kost bijvoorbeeld tijd die niet iedereen heeft, lokale producten zijn beperkt beschikbaar en voor landbouwers is regelgeving belemmerend. Mee bewegen met wat wel kan blijkt een goede strategie om een droom dichterbij te brengen.

Bezoekers van de markt vertelden dat ze graag het maximale uit hun tuin wilden halen, hoewel dat dat vaak niet lukt. Sommigen waren daar teleurgesteld over, anderen accepteerden de beperkingen en werken met wat wel kan. Bezoekers hielden bij de aankoop van zaden bijvoorbeeld rekening met het groeiritme van de plant. Dat moest in het ritme van de klant passen. Een mooi voorbeeld hiervan is een vrouw die groentes wilde zaaien maar eerst op vakantie ging. Daardoor kon ze nu geen planten zaaien die de komende maand zorg nodig hebben, zoals water geven en uitplanten. Ze zocht zaden die ze na haar vakantie nog kon zaaien. Soorten die het zouden doen zonder hulp, die direct in de volle grond konden waren ook welkom. Dan wel het liefst soorten die pas na haar vakantie oogst geven zodat ze daar nog wel iets aan zou hebben. Een andere klant vertelde dat ze veel kennis heeft over de tuin maar er niet aan toe komt om iets te doen met die kennis. Ze wist bijvoorbeeld wel dat radijspeulen eetbaar zijn maar ze vergat ze te oogsten en vond het ook ‘teveel gefrut’.

20170311_121410Tijd om in de tuin te werken is beperkt beschikbaar. Voor lokaal voedsel, ook een belangrijke droom, geldt hetzelfde. Tijdens het forum werd gevraagd wie van de aanwezigen consequent kocht bij lokale producenten. Vijf van de veertig bezoekers gaven aan dat ze daar redelijk consequent op letten, maar dat het toch vaak niet lukt. Tijd om naar specifieke verkoop punten te gaan, seizoensgebondenheid en beschikbaarheid spelen daarbij een rol. Van de manier waarop bezoekers omgaan met grenzen aan het bereiken van hun droom ging een levendigheid uit. Lastige dingen geven een uitdaging waar tuiniers plezier in hebben.

Ook ondernemers en initiatiefnemers gaan uitdagingen aan. Er zijn veel initiatieven op het gebied van duurzaamheid en voedsel. Initiatieven die drijven op vrijwilligers beginnen vaak enthousiast en met veel energie om vervolgens te krimpen tot een kleine, vaste kern van mensen. Initiatiefnemers moeten op zo’n moment op zoek naar een werkbare organisatie. De vraag is of het te voorkomen is dat een initiatief dood bloedt. Adviezen hier over, ook al zijn ze gebaseerd op concrete ervaringen, blijken beperkt houdbaar. Op het gebied van vrijwilligersmanagement circuleerden twee verhalen. Bij een tuingroep in Haren werkt een vaste dag goed. Een dag waarop alle vrijwilligers aanwezig zijn om samen in de tuin te werken. Vanuit deze groep kwam daarom het advies om een vaste klusdag te kiezen.

De Heemtuin in Emmen heeft andere ervaringen. Deze groep begon ook met een vaste klusdag voor vrijwilligers. Na verloop van tijd bleek die formule niet te werken en stapte de groep over op een ander systeem. Nu beslissen vrijwilligers zelf wat ze wanneer en waar in de tuin doen. Ze melden dat wel om dubbel werk te voorkomen. Dit werkt goed en de Heemtuin adviseert andere groepen dan ook deze werkwijze te volgen.

Deze dag draaide om voedsel, zaden, landbouw en tuin. Veel mensen voelen zich daar betrokken bij, waardoor dit een goede ingang om aan een duurzame aarde te werken. Maar een tuin biedt meer dan voedsel, zoals persoonlijke ontwikkeling, gemeenschap en beleving. Bezoekers vonden een uitdaging in het onderhouden van een tuin binnen hun eigen ritme. Contacten met mede-tuiniers maken de wereld groter en leiden tot de ontdekking van nieuwe smaken. Op volkstuincomplexen komen smaken uit andere culturen tot leven. Een bezoeker vertelde dat collega-tuiniers groentes telen “die ik niet ken, maar die allemaal heerlijk smaken”. De markt in de Veurhof bleek een goede plek om kennis te maken met traditioneel Drentse smaken. Een kraamhouder sprak een bezoeker over een boontje dat ze verkocht. Hij kende het boontje en gaf zijn recept: “de boontjes een nacht weken, dan bakken met spek en eten bij de borrel”.

De toekomst van voedsel

Als toekomst van voedsel werd deze dag een palet van dromen zichtbaar dat varieerde van lokaal voedsel, zelfvoorzienend leven en samenwerken met de natuur tot technologie. Wat moet er gebeuren om dichter bij deze dromen te komen? Hieronder volgen succesfactoren en mogelijkheden voor verdere ontwikkeling.

Bouw vertrouwen op

Ondernemers zien graag minder regelgeving op het gebied van biologische landbouw. Daar hebben ze zelf weinig (directe) invloed op. De nadruk op lokaal voedsel geeft wel andere perspectieven. Vertrouwen in een producent is belangrijk en regulering zoals keurmerken helpen daarbij. Vertrouwen ontstaat ook als mensen een landbouwer kennen, daar kunnen ondernemers zelf iets aan doen. Lokale productie, groente- en andere voedselpakketten met abonnees en CSA systemen (Community-Supported Agriculture) zijn hier een voorbeeld van.

Stel je flexibel op

Voor vrijwilligersinitiatieven is flexibiliteit in de organisatie belangrijk. Voor deze groepen geldt: ga niet blind af op adviezen, ook al komen die voort uit jarenlange ervaring met vrijwilligers. Kijk ook wat bij het betreffende initiatief past. Initiatieven trekken verschillende vrijwilligers en niet iedere organisatievorm past bij iedere groep vrijwilligers. Experimenteer met organisatievormen en durf te veranderen.

Sluit aan bij de bestaande beweging

Voor deze markt werkte het NZN samen met een buurthuis in zelfbeheer in Valthermond, de Veurhof en maakte gebruik van lokale kennis over initiatieven in de regio, lokale cultuur en een bestaand netwerk. Daar zit veel kracht in, die duidelijk tot uiting kwam tijdens deze dag. Op een dergelijke manier aansluiten bij een bestaande beweging is het omgekeerde van wat veel initiatieven doen: een project starten en dan om hulp vragen. Het NZN is gericht op samenwerking en bevruchting, wat goed past in deze tijd.

Overheid: minder regelgeving en meer betrokkenheid

Gemeentes stimuleren duurzame bedrijvigheid vooral door netwerken en voorlichting en hebben het idee dat ze weinig kunnen doen om bedrijven te ondersteunen. Ondernemers zien dat anders. Zij vertelden baat te hebben bij publiciteit of een bedrijfsbezoek door de gemeente. Dat vergroot de bekendheid met en het vertrouwen in het bedrijf, wat klanten aantrekt. Ondersteuning kan meerdere vormen krijgen, gemeentes kunnen hier creatiever mee omgaan.

Educatie: maak ruimte voor veelkleurigheid

Het viel me op dat in de workshops het delen van kennis centraal stond. Een van de workshops ging over het aanleggen van een samentuin (gezamenlijke tuin bij de Veurhof). De nadruk lag op de praktische kant van aanleggen: wat zaai je waar, waarom, hoe diep. Ook de workshop over de kruidenspiraal, gebaseerd op permacultuur, richtte zich op dat soort zaken. Hoe je vervolgens samen de tuin onderhoudt, kwam niet aan de orde, terwijl de tuin wel met dat doel werd opgezet.

Ook als antwoord op kritische vragen in de workshops en het forum werden kennis of standpunten gedeeld. Een nieuwsgierige verkenning naar een ander perspectief ontbrak. Gezien de uitdagingen rond de toekomst van voedsel is dat jammer, want er zit nog veel ruimte tussen de ideale situatie en de praktijk.

Van elkaar leren voorkomt dat iedereen zelf, door trial and error, veel ervaring op moet doen met een bepaald vraagstuk om tot werkende oplossingen te komen. In workshops kan een docent aansluiten bij waar deelnemers mee bezig zijn. Wat meer ruimte bieden voor uitwisseling, veelkleurigheid in visie en werkwijze en het vertellen van praktijkverhalen, ook door deelnemers, zijn aanvullend.

The big picture: aansluiten op gevoelsniveau

De manier waarop het verhaal over zaden en voedsel werd verteld, sluit aan op het thema educatie. Op een abstracte manier werd over de grote thema’s gepraat: Europese regelgeving en patentering van zaden, voedselsouvereiniteit. Het grote verhaal is herkenbaar en raakt mensen, maar het is niet de enige manier waarop een verbinding met zaden en voedsel ontstaat. De behoefte aan persoonlijke ontwikkeling, uitdaging of vanuit de eigen achtertuin iets goeds doen voor de aarde geeft kansen om consumenten op verschillende manieren te betrekken bij zaden en voedsel. Want: hoe meer mensen zich betrokken voelen bij de toekomst van voedsel, hoe sneller die dichterbij komt.

Nynke van der Hoek

Maart 2017

Written by admin